media

VICE

Afrika010

Moois

Volkskrant

tentoonstelling

BLOODYWOOD - tentoonstelling in De Kunsthal Rotterdam

In september 2016 toonde De Kunsthal in Rotterdam in ‘Bloodywood’ ruim 90 werken uit de unieke collectie handbeschilderde filmaffiches van Mandy Elsas, die hij op zijn vele bezoeken aan Ghana heeft verzameld. Deze felgekleurde doeken werden vanaf de jaren 80/90 op bestelling gemaakt door straatschilders, als reclame voor de vertoning van veelal gewelddadige videofilms in de vele geïmproviseerde bioscoopjes die Ghana toen telde.  De afbeeldingen, geschilderd op oude, opengescheurde meelzakken, zijn verhalend en vaak extreem of bizar.

De affiches, waarvoor lokale schilders bij iedere film een eigen interpretatie van het verhaal maken, vormen een typisch Ghanees fenomeen. De verzameling van Elsas is door de jaren heen gegroeid tot ruim 750 exemplaren en is nu al een historisch document van betekenis. De felle olieverfkleuren van handgeschilderde reclameborden hebben inmiddels plaatsgemaakt voor de vale tinten van verbleekt drukwerk. Elsas heeft ooit 3 exemplaren van zijn verzameling verkocht, 1 aan tatoeagekoning Henk Schiffmacher en 2 aan het Tropenmuseum en houdt de rest liever bij zich.

Onderstaande tekst komt uit de catalogus behorende bij de expositie ‘Killers op canvas’ in 2005 in het Affichemuseum in Hoorn. Auteur: Frans van Lier i.s.m. Alberta Opoku.

Een episode in de Afrikaanse volkskunst

Sinds begin jaren ’80 de videocassette als compacte drager van films ook het West-Afrikaanse Ghana bereikte, reizen ondernemende exploitanten met videorecorders en tv-toestellen langs dorpen om er mee in primitieve openluchtbioscoopjes heftige films te vertonen. Op houten bankjes achter een omheining van planken of lappen kijkt een opgetogen bevolking naar de films uit eigen land of uit Nigeria, India, China of Amerika.

Voor de voorstellingen moet natuurlijk reclame worden gemaakt en omdat één reclameplaat in een nederzetting al voldoende is, worden lokale schilders aan het werk gezet om met kwast en verf een pakkend affiche te schilderen. Ze doen dat op de binnenkant van opengesneden meelzakken, die zonder extra kosten een royaal formaat bieden voor een kloek reclameschilderij.

De kunstschilders, die vóór de ‘video-epoque’ hun talenten scherpten op reclameborden, met name vaak voor kapperszaken, hebben in de filmreclames niet alleen een extra inkomstenbron gevonden, maar ze ontdekten ook een nieuwe artistieke vrijheid. Door een filmverhaal te mogen ‘navertellen’ boorden zij nieuwe lagen in hun fantasie aan, waarbij met name een vrijere omgang met seks en lichamelijkheid mogelijk werd dan hun toe dusver was geboden.

De schilders nemen de vrijheid om geheel naar eigen inzicht de essentie van een film weer te geven. Soms nemen zij eenvoudig de afbeelding op de hoes van de videocassette over maar vaker laten zij een eigen interpretatie zien van de film die hun tevoren is getoond of waarvan hun de inhoud in suggestieve bewoordingen is verteld.

Met name de posters voor Ghanese of Nigeriaanse films bieden bloedstollende voorstellingen. Mannen met wolvenkoppen, dieren met mensenhoofden, vrouwen die door gigantische slangen worden omkneld of in de bek van een krokodil verdwijnen, levende skeletten en van angst schreeuwende losse hoofden behoren tot de thema’s op de schilderijen die een ongekend en indrukwekkend aspect van Afrikaanse volkskunst laten zien.

Het zijn forse affiches, ca. 100 x 150 cm, die op opengeklapte zakken zijn geschilderd. Soms zijn er zelfs twee zakken aan elkaar genaaid ter wille van een gewenst “billboard”-formaat. Het linnen is direct beschilderd met de voorstelling zonder een onderlaag: aldus blijft 

het gewicht beperkt. De video reist immers van dorp naar dorp en het affiche reist mee. Soms zijn van een film meer video’s in omloop en dan is er ook meer dan één reclameplaat geschilderd, hetzij door dezelfde, hetzij door een andere schilder.

De voostellingen op de affiches kunnen dan aanzienlijk verschillen. Een film over een vervaarlijke hond laat op de ene plaat een bloeddorstige labrador zien en op de andere een even angstaanjagende mastiff. Wanneer de video’s zijn ‘rond geweest’ of simpelweg zijn versleten heeft ook het reclameschilderij zijn functie verloren. Het beschilderde linnen kan dan nog wel eens dienst doen voor huishoudelijk gebruik, bijvoorbeeld als vliegengordijn of als slaapmat. 

De Amsterdamse zakenman Mandy Elsas heeft meer dan zeshonderd van zulke affiches voor een dergelijke ‘recycling’ behoed door ze van de bioscoopexploitanten over te nemen. Voor zijn winkel in uitheemse gebruiksartikelen (De Emaillekeizer in de Amsterdamse Pijp) reist hij regelmatig naar Ghana, waar hij gefascineerd raakte door het unieke affichefenomeen. Met verscheidene schilders raakte hij bevriend. Zij tooien zich met kleurrijke artiestennamen: Bab’s Art, Ali, Leonardo, Salvation, Dallas, Heavy J of Kwesi Blue (signeert met Mr. Brew Art of T-Brew Art), die een Afrikaanse versie lijkt van Herman Brood en die zich specialiseert in drastische horror met veel rondspattend bloed.

Medio jaren ’90 begonnen de mobiele bioscoopjes over hun bloeitijd heen te geraken toen de televisie en de videorecorder in Ghana gemeengoed werden en alle films thuis konden worden bekeken. Daarmee kwam dus ook het eind nabij van de unieke bioscoopreclame.

Gedurende een korte periode heeft de vermenging van een paar ongelijke culturen – film en traditionele schilderkunst – honderden schilderijen opgeleverd die er anders niet waren geweest. Zij blijven voor de kunsthistorie behouden als een bescheiden tegenstroom na een eerdere ontwikkeling toen Europese avantgardisten als Picasso en anderen in de jaren ’10 en ’20 van de vorige eeuw geïnspireerd raakten door Afrikaanse maskers en beelden. Nu hebben dus Afrikaanse schilders gevarieerd op westerse thema’s en modellen. Zoals de expressionisten hun eigen interpretaties gaven, zo bleven de Afrikanen trouw aan hún idioom.